dood

dierenleed in de vee-industrie

Alle dieren in de veehouderij worden gedood, geslacht of sterven vroegtijdig.

Alle dieren gaan jong dood

 

Dieren willen niet dood.

Varkens, vissen, kippen en alle andere diersoorten hebben net als mensen levenswil.

In de vee-industrie worden dieren geboren om te sterven voor het produceren van voedsel voor mensen.

De levenswil van dieren wordt volledig genegeerd. Dieren hebben alleen een economische waarde. Geen individuele waarde.

In ruil voor melk, eieren en hun leven verdienen dieren minimaal: respect, waardigheid en een fatsoenlijke behandeling. Dit krijgen de dieren niet.

De leefomstandigheden van de dieren zijn slecht. Het percentage dieren dat voor de slacht sterft is hoog.

In de Nederlandse veehouderijen worden er ongeveer 550 miljoen landbouwdieren gehouden.

Een groot gedeelte van deze dieren haalt de slachtleeftijd niet.

Ieder jaar sterven in de Nederlandse veehouderijen ruim 31 miljoen dieren in de stal: ongeveer 20 miljoen vleeskippen, 6 miljoen legkippen en 5 miljoen varken.

Een deel van de dieren wordt gedood door de veehouder of geëuthanaseerd door een dierenarts. Van alle gehouden dieren sterft 1 op de 16 dieren in de stal.

Van de legkippen sterft 8% van de kippen in de stal.

Leghanen bestaan niet. In Nederland worden 45 miljoen haantjes per jaar gedood omdat ze geen eieren kunnen leggen. Wereldwijd worden 3,2 miljard haantjes per jaar gedood.

Van de vleeskalkoenhanen sterft 8 tot 12% voordat ze geslacht worden, 5% van de vleeskalkoenhennen sterft vroegtijdig.

Bij vleesvarkens wordt 5% van de biggetjes doodgeboren. Van de levend geboren biggen sterft 13,8% in de eerste levensweken.

Geitenbokjes zijn het bijproduct van de geitenmelkerij. Een geit moet om melk te kunnen geven, jonge geitjes krijgen. Bij geitenbokjes is het uitvalpercentage hoog: minimaal 23%.

Bij kalfjes, het bijproduct van de melkveebedrijven sterft 8,2% in de eerste drie dagen. Het sterftepercentage van kalveren ouder dan drie dagen is 10,8%.

Veel dieren sterven bij stalbranden, ongelukken in de stallen en tijdens transport. In 2019 zijn in Nederland 176.000 dieren omgekomen bij brand.

Ook indirect zorgt de vee-industrie voor het sterven van miljoenen en miljoenen dieren.

Vissen en andere zeedieren sterven als bijvangst in de visserij. Door een overschot aan meststoffen in water sterven vissen. En dieren die in het tropisch regenwoud leven, moeten ruimte maken voor het verbouwen van veevoer.

Vissenvoer en poetsvisjes

Vissenvoer en poetsvisjes

 

De meeste dieren in de vee-industrie worden gevoerd met alleen plantaardig voedsel. Sommige dieren niet.

Zalm wordt onder andere gevoerd met vis. Voor 1 kilo kweekzalm is 2 tot 5 kilo vis nodig. Voor 1 kilo kweektonijn is 10 tot 15 kilo vis nodig.

De meeste kweekzalm die in Nederland wordt verkocht komt uit Noorwegen.

Niet alleen sterven er vissen om voer te worden voor kweekzalmen. Er sterven ook poetsvisjes in de zalmkooien in Noorwegen. Ruim vijftig miljoen poetsvisjes per jaar. Daarvan zijn twintig miljoen poetsvisjes in het wild gevangen.

Kweekzalmen leven in krappe kooien.

In de kooi heeft de zalm – die van nature solitair leeft en een trekvis is – weinig bewegingsruimte en moet hij met veel soortgenoten in de uitwerpselen leven. Dit maakt de kweekzalm agressief en depressief.

Om niet ziek te worden van de uitwerpselen krijgen zalmen antibiotica. De uitwerpselen van de zalm trekken ook parasieten en wormen aan.

Zeeluizen zijn parasieten die de huid van de zalm opeten. Voor de zalm is dit niet alleen pijnlijk, de zalm kan er ook ziek van worden en er dood aangaan. Om deze parasieten te bestrijden worden er pesticiden gebruikt.

Soms worden zalmen gewassen met warm water, om de parasieten van de huid te wassen. Ook worden poestvisjes ingezet tegen zeeluis.

Poetsvisjes eten de parasieten van de huid van de zalm. In de onhygiënische kooien gaan alle poetsvisjes na korte tijd dood. Ruim vijftig miljoen per jaar. Van de zalmen sterft ongeveer 14% vroegtijdig, in aantallen: 49 miljoen.

In de natuur kleurt het vlees van zalm roze door de garnalen en kreeftjes die een zalm eet. De roze kleur van kweekzalm komt van kleurstof.

Er ontsnappen jaarlijks tienduizenden zalmen uit de kooien in Noorwegen. Dit is slecht voor wilde zalmen. Wilde zalmen hebben geen weerstand tegen de parasieten die gekweekte zalmen hebben. De kans dat wilde zalmen aan deze parasieten overlijden is groot.

Bovendien zijn gekweekte zalmen minder gezond en minder geschikt om in de natuur te leven. Wilde zalmen worden minder sterk, als zij genen met gekweekte zalmen mengen.

Nederland werden in 2019 meer dan 642 miljoen dieren geslacht

642 miljoen dieren

 

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek: aantal slachtingen in Nederland 2019:

Overig pluimvee: 5.000
Geiten: 173.500
Schapen: 566.500
Kalveren: 1.648.100
Runderen: 475.100
Varkens: 16.583.800
Overige kippen: 18.056.100
Vleeskuikens: 604.568.300

Niet alle dieren die in Nederland zijn opgefokt worden in Nederland geslacht. Slachten in het buitenland is soms goedkoper.

 

Cijfers: Wakker Dier, Animal Rights, Centraal bureau voor de Statistiek, Milieucentraal, Eostrace, Compassion in World Farming.

VEGAN ETEN VOOR DIEREN

Het produceren van vlees, vis, eieren en melk veroorzaakt dierenleed.
Meer over dierenleed in de vee-industrie:

 

GEVECHTEN

Gevechten, ruzie en ergenissen.

WEZEN

Opgroeien zonder mama en papa.

Wil jij gezond, planetproof en diervriendelijk eten?
en ook nog lekker en easy?

Download het gratis e-book

ONTDEK HOE GOED VEGAN ETEN IS